Wij bieden niet alleen wetenswaardigheden en nieuws over recreatie en uitgaan in de regio Hollandsche IJssel, maar ook over bezienswaardigheden, cultuur, ontstaansgeschiedenis en natuur. De site moet langzaam uitgroeien tot het virtuele ecomuseum van de Hollandsche IJssel, in afwachting van een locatie die je fysiek kunt bezoeken.

Wie onze doelgroepen iets te melden heeft en ons initiatief wil steunen, kan contact opnemen.

HISTORIE Beeldende kunst


Tot de Tachtigjarige Oorlog begon in 1568, speelde Gouda een belangrijke rol in de handel van turf en bier (200 brouwerijen) en had ze een welvarende lakenindustrie. De schilders van werkten tot dan hoofdzakelijk in opdracht van kerk en adel.

De onafhankelijkheidsoorlog tussen de Oranjegezinden en koning Filips II van Spanje, betekende het eind van de export naar de Vlaamse gewesten, vooral Antwerpen. Handelaren moesten een flinke veer laten en er was weinig geld om kunst te kopen.

In 1572 bezetten de geuzen de stad onder leiding van Adriaen van Swieten. 

De Sint-Janskerk werd in 1573 aan de gereformeerden overgedragen en in 1577 werd het kasteel aan de Hollandsche IJssel gesloopt.

De Goudse glazen in de Sint Janskerk, die bewondering afdwongen door hun kwaliteit, bleven gespaard, ondanks de alom aanwezige Bijbelse taferelen. De ruiten die daarna werden gemaakt, toonden vooral helden van de republiek en sponsors van de glazen.

Protestanten hadden niet veel op met frivoliteit in de kerken, het ging hen om de de Bijbelteksten en niet om de interpetaties in de vorm van beeldende kunst. De getalenteerde Cornelis Ketel pakte daarom zijn ezel op en zocht zijn heil in Londen. Jacob Willemsz (Delff I) vertrok naar Delft.

Anderen verdienden hun brood met decoratiewerk of hele andere werkzaamheden en schilderden als bijverdienste. Wie gelijkend kon portretteren kon wat verdienen met het schilderen van gezinsleden van particulieren en schutterijstukken.

Tot aan het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) bleef Gouda relatief tolerant voor katholieken; predikant Herman Herbers speelt daarbij een belangrijke rol.

Pastoor Petrus Purmerent, die in 1615 in Gouda kwam om de Sint-Jansparochie nieuw leven in te blazen, kocht een aantal woningen aan de Hoge Gouwe en het Raam om te verbouwen tot een schuilkerk, gewijd aan Johannes de Doper. Dit was de basis van de Oudkatholieke Kerk op nummer 107. Petrus Purmerent was redelijk bemiddeld en gaf kunstenaars, katholiek of niet, opdrachten om ondermeer altaarstukken te schilderen.



Oudewater was de geboortestad van invloedrijke schilders uit de 15e eeuw. Vooral Gerard David werd een beroemdheid in zijn tijd. Ook in later eeuwen bleven er kunstenaars actief in en uit dit IJsselstadje.