HISTORIE


Ambachten en industrie

Landschap en monumenten

1953 IJsseldijken niet bestand tegen stormvloed

Op 1 februari 1953 liet de natuur zien dat er niet met haar valt te sollen. De stormvloed die onze kust toen teisterde was zeker niet de eerste, maar wel de meest bedreigende. Ging bij het bij vorige overstromingsrampen vooral over het verlies van bouwgrond en kleine dorpen, nu dreigden enorme woongebieden en industriegebieden kopje onder te gaan in de polders die een eeuw eerder ver onder zeeniveau waren aangelegd. Door de storm braken de weringen in Zeeland en liep het relatief dunbevolkte gebied daar snel onder water, waarbij veel mensen bij om het leven kwamen. Hier kwam het gelukkig niet zover, maar er vielen wel slachtoffers.

Lees meer »

1682-heden Wielen langs de Groenendijk veroorzaakt door dijkdoorbraak

Op maandag 26 januari 1682 teisterde een woeste storm de kust van de Lage Landen. De stormvloed die ontstond, trof vooral Zeeland. Maar liefst 161 polders overstroomden en er vielen veel slachtoffers. In Dordrecht stortte zelfs een ondergelopen molen vol vluchtelingen in. Tien mensen kwamen daar om. Het opstuwende water trof ook de Hollandsche IJsseldijk in het Ambacht Nieuwerkerk en Capelle. Het sloeg twee gaten in de Groenendijk tussen Kortenoord en Klein Hitland. Beide zo’n twintig meter breed. Tussen beide doorbraken bleef een stukje dijk staan van ongeveer zes meter.

Lees meer »

1680 Gouda-Rotterdam was de langste straatweg van Nederland

Na de aanleg van de eerste trekvaartverbinding tussen Haarlem en Amsterdam, halverwege de Gouden Eeuw in 1632, bleek dit transportsysteem een schot in de roos. Het passagiersvervoer over water beviel. Geen gehobbel over de weg, maar comfortabel reizen. De strekschuiten vertrokken volgens een strak schema en werden snel populair. Amsterdam-Weesp volgde snel, zo ook Amsterdam Naarden. Ook het Friese zag het voordeel en legde het traject Leeuwarden Harlingen aan. Nederland kreeg hierdoor een openbaarvervoersysteem dat zijn gelijke niet kende.

Lees meer »

1574 De dijk kreeg 16 gaten om door de polders te kunnen varen bij ontzet van Leiden

De Tachtigjarige Oorlog ging niet onopgemerkt aan de Hollandsche IJssel voorbij. Met name de boeren werden getroffen, toen de boel onder water ging om Leiden te ontzetten. De jonge Staten van Holland, onder leiding van stadhouder prins Willem van Oranje, namen woensdag 30 juli 1574 het besluit om met schuiten via Schieland en Rijnland naar de uitgehongerde stad te trekken dat door Spaanse troepen werd bezet. De dijk langs de Maas en Hollandsche IJssel tussen Rotterdam en Gouda moest daarvoor op 16 plekken deels worden afgegraven om het polderland rond Leiden onder water te kunnen zetten. Dit stuk zeedijk werd bewust gekozen, omdat vanaf daar nog zoetwater kon worden ingelaten, anders zou de schade aan de landbouwgrond niet te overzien zijn.

Lees meer »

1250-1646 Kasteel te Vliet in Rozendaal

Van het kasteel Te Vliet in het buurtschap Rozendaal van de voormalige heerlijkheid Te Vliet aan de Goudsestraatweg tussen Haastrecht en Oudewater, rest alleen nog een stuk muur van 135 centimeter dik. Aan twee kanten is nog te zien dat er een gracht was. Vermoedelijk had het kasteel vroeger een voorburcht aan de zuidzijde. De donjon (woontoren) had een kelder. Het stuk muur is waarschijnlijk de noordkant daarvan. In deze wand is het restant van een venster en een schoorsteenkanaal te zien.

Lees meer »

100 Hollandsche IJssel ontstond door menselijk handelen

We gaan terug naar het begin van onze jaartelling en belanden in het ondoordringbaar moerasbossengebied van de Rijn/Maasdelta. Aan de rand van deze enorme veengebieden en op oevers van de kreken in de Maasdelta aan de Rotterdamse kant vestigen zich mensen. Met sloten en duikers ontwateren ze het gebied om landbouwgrond te creëren.

Lees meer »

1908 Eerste Rotterdamse Marathon was heen en weer naar Gouda

De Nederlandsche Athletiek-Unie organiseerde samen met het Rotterdamsch Nieuwsblad op zondag 24 mei een groot nationaal sportfeest met als titel “De Olympische Spelen”. Het programma de avond ervoor met een sportfeest in De Doele. De sportactiviteiten werden opgeluisterd met muziek en zang en zouden eindigen met vuurwerk. Hoogtepunt was de de eerste Rotterdamse marathon, die zou worden werd gadegeslagen door tienduizenden toeschouwers.

Lees meer »

1650-1655 Rembrandts ex gevangen in Goudse tuchthuis

De beroemdste meesterschilder van de Gouden Eeuw Rembrandt van Rijn was zo van slag door het gedrag van de wraakzuchtige Geertje Dirckx, het kindermeisje van zijn zoon Titus, dat hij lange tijd niets kon schilderen. Hij betaalde er uiteindelijk zelf voor om haar ver van Amsterdam in het Goudse tuchthuis krijgen. Dat stond op de plek waar nu de Casimirschool is aan de Groeneweg. Hier bleef Geertje vijf jaar lang opgesloten. De vraag is waarom deze ongeletterde Amsterdamse, die waarschijnlijk met Rembrandt oud had willen worden, in deze vrouwengevangenis belandde.

Lees meer »

1572-1699 Goudse tuchthuis was liefdadigheidsinstelling

Waar nu het schoolplein van de Casimirschool is aan de Groeneweg, stond een van de belangrijkste vrouwenkloosters van de stad: het grote Catarijnenklooster. Na de omwenteling in 1572 kwamen de Goudse kloosters leeg te staan en kregen een andere functie. Wandtapijtwevers of lissiers, die het Vlaamse Oudenaarde waren ontvlucht voor de Spaanse heersers, namen het Catarijnenklooster in gebruik. Bijgebouwen van het klooster konden een anderen functie krijgen. Zoals de paterswoning. Die kwam in 1610 in beeld om te fungeren als vrouwengevangenis om daar ‘dames die niet wilden deugen, voor een tijd vast te zetten’.

Lees meer »

1466-1573 Goudse Clarissenorde

In Gouda werd in 1466 een klooster gesticht voor De Orde van de Clarissen. Dat gebeurde door de stadsheer van Gouda, hertog Karel de Stoute van Bourgondië. De Orde van de Clarissen is de vrouwelijke tak van de bedelorde van de Franciscanen, opgericht in 1212 door een volgelinge van Fransciscus van Assisi, de naamgeefster Clara Sciffi...

Lees meer »

1820-1893 Met Jan Smits verdween Ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerk aan den IJssel

Na een lange tijd eigendom van de stad Gouda te zijn geweest, kwam in 1848 de Ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerk aan den IJssel in handen van een particulier. Jan Anthonie Smits was de enige en laatste ambachtsheer die trots gebruik kon maken van de titel Heer van Nieuwerkerk. Eerder was de heerlijkheid altijd een combi Capelle en Nieuwerkerk geweest, waar in het begin ook Moordrecht onder viel. Met zijn overlijden verdween de ambachtsheerlijkheid, want Smits van Nieuwerkerk bepaalde testamentair dat de ambachtsheerlijkheidsrechten na zijn overlijden moesten worden vernietigd en zo geschiedde na zijn overlijden in 1893.

Lees meer »

1787 Gouwenaar Cornelis de Lange van Wijngaarden hield prinses Wilhelmina in gijzeling

De doortastende Wilhelmina van Pruisen, vrouw van stadhouder Willem V van Oranje-Nassau werd in 1787 door de patriotten halverwege Schoonhoven en Haastrecht bij Bonrepas aan de Vlist aangehouden en naar naar Hekendorp geleid. In het buurtschap Goejanverwellesluis werd ze ingerekend door het Goudse Vrijcorps onder leiding van Gouwenaar Cornelis de Lange van Wijngaarden. Beleefd maar dwingend sloot hij haar op in een boerderij naast de sluis. Wat was er aan de hand?

Lees meer »

1755-1925 Familie Bisdom van Vliet

In het Haastrechtse Museum Paulina Bisdom van Vliet vindt u de inrichting met inboedel van de laatste eigenaresse zoals die was bij haar overlijden in 1923. De rijke dame, die kinderloos stierf, liet haar hele fortuin aan een stichting na, met als beding dat alles moest blijven zoals het was. Hoe kwam zij aan haar fortuin en wat voor rol speelde de familie Bisdom, later Bisdom van Vliet, in de geschiedenis.

Lees meer »

1668 Pieter Post bouwmeester Goudse Waag

In Gouda staan een aantal eeuwenoude, markante gebouwen, waarvan het stadhuis en de Sint-Janskerk misschien de meeste aandacht krijgen. De Waag of Kaaswaag, die recht achter het stadhuis staat, wordt vaak als derde genoemd. Hij is aan het eind van de Gouden Eeuw gebouwd en is dus de jongste van de drie. De stad gaf bouwmeester Pieter Post de opdracht de Waag te bouwen, toen zij in 1667 voor 15 jaar het waagrecht van de Hollandse Rekenkamer mocht pachten.

Lees meer »

1637-1703 Goudse zeeheld Roemer Vlacq roemloos ten onder

In de Gouden Eeuw was de handelsvloot wereldwijd verantwoordelijk voor de rijkdom van de Lage Landen. Maar dat had zijn keerzijde, want er waren letterlijk kapers op de kust. De oorlogsschepen werden ook ingezet bij conflicten tussen de naties. We kennen allemaal de zeehelden Tromp en De Ruyter. Roemer Vlacq kreeg deze heldenstatus niet, net als de Goudse admiraal Jan den Haen. Hij stierf in 1703 aan zijn verwondingen in een ongelijke strijd tegen de Fransen.

Lees meer »

1631-1683 Slaafje op ruiterportret Maurits Lodewijk I van Nassau Lalecq

Maurits Lodewijk I was de zoon van de nooit getrouwde Prins Maurits van Oranje die de heerlijkheden de Lek en Beverweerd van zijn vader erfde, zodat hij zich ondermeer Heer van Lalecq kon noemen. We weten dat Maurits Lodewijk I en zijn jongere broer Hendrik voor hun neef stadhouder Willem III op veldtocht gingen. Hendrik van Nassau, heer van Ouderkerk, sneuvelde al jong en kreeg een prominente plek in het praalgraf van de Ouderkerkse dorpskerk

Lees meer »

1630-1676 Admiraal Jan den Haen had steenplaats in Ouderkerk met twee zellingen in Nieuwerkerk

De Goudse admiraal Jan den Haen kreeg niet zo’n heldenstatus als de zeehelden Tromp of De Ruyter en ging ondanks zijn rang roemloos ten onder tijdens een ongelukkige zeeslag in Italië. Toch maakte Jan heel veel mee in de 27 jaren die hij bij de marine van de Republiek der Zeven Provinciën diende.  Jan en zijn gelijknamige zoon investeerden hun verdiensten in steenplaats de Doornboom in Ouderkerk aan de IJssel.

Lees meer »

1595-1626 Goudse Oost-Indiëvaarders Cornelis en Frederik de Houtman

De naam van het Houtmanplantsoen met een monument in Gouda hebben we te danken aan de inspanningen van de gebroeders Cornelis en Frederik de Houtman. In de Gouden Eeuw waren ze actief in de handel op de Oost. Hun avonturen laten zich lezen als een roman die zich afspeelt in de tijd van ontdekkingsreizen en de specerijenhandel en dat ging niet zonder tegenslagen. De helden van toen, zijn de bruten van nu, want de mannen die hun leven in de waagschaal zetten voor de rijkdom van de Lage Landen en zichzelf natuurlijk, gingen over lijken.

Lees meer »

1576-1679 Van Nassaus van Heerlijkheid de Lek

Een groot deel van de Krimpenerwaard behoorde in de Gouden Eeuw toe aan de Van Nassaus. Toen prins René van Chalon van Orange, geboren als Reinhart van Nassau Breda, overleed, zorgde keizer Karel V ervoor dat René’s neefje, Willem van Nassau Dillenburg, zijn bezittingen kreeg. Ook de heerlijkheid De Lek viel hem ten deel, een groot deel van de Krimpenerwaard, met Ouderkerk als belangrijkste plaats.

Lees meer »

1924-2015 Jan Montyn

Schilder graficus Jan Montyn werd op 13 november 1924 als Jan Montijn geboren in een zwaar gereformeerd gezin in Oudewater. Vooral zijn vader, huisschilder en ouderling, was zwaar op de hand. Toen hij twintig was ontvluchtte hij dat keurslijf door soldaat te worden. Dat werd het begin van een avontuurlijk leven, dat hem in 1944 dienst van de Kriegsmarine in de loopgraven in Letland aan het Oostfront bracht om te vechten tegen Bolsjewieken, die hij door zijn opvoeding beschouwde als de antichrist. Na verblijf in een Nederlandse opvoedingsgesticht na de oorlog, vocht hij in 1950 in Korea in dienst van het Franse Vreemdelingenlegioen.

Lees meer »

1798-1863 Gerardus Emaus de Micault

Deze tekenaar en etser was de zoon van Pieter Emaus de Micault (Dordrecht) en Maria Charlotte van der Lith (Helmond). Gerardus werd geboren in Helmond (17 februari 1798) en was van beroep belastingontvanger in Den Haag, Lochem, Culemborg en als laatste in Gouda, waar hij ook overleed op 25 november 1863. Daarom wordt hij beschouwd als amateur. Etsen en tekenen leerde hij van schilder, tevens officier, Ernst Willem Jan Bagelaar. Niet vreemd daardoor dat Gerardus veel soldatentaferelen maakte en studies van paarden. Ook maakte hij landschappen en illustreerde hij een haar-amulettenstudie met litho’s. Museum Gouda heeft veel van zijn werken, maar ook Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en het Rijksmuseum in Amsterdam.

Lees meer »

1632-1707 Hendrik Bary

Hendrik Bary (1632-1707) had meer succes dan zijn mede-leerling bij Reinier van Persijn, Aert van Waes. Bary werd een bekend portrettist. Van zijn helden Willem van Oranje, Michiel de Ruyter, Hugo de Groot en Erasmus maakte hij gravures, maar ook spotprenten. Over geld maakte hij zich als regent van het tuchthuis van Gouda geen zorgen. Zijn vrouw was Margaretha, dochter van burgemeester Govert Suijs.

Lees meer »

1631-1714 Christoffel Pierson

Christoffel Pierson werd in 1631 Den Haag geboren als zoon van een soldaat. Hij verhuisde naar Schiedam en trouwde in 1652 met Maria Willems. Het aanbod dat hij in 1653 tijdens zijn verblijf met zijn leermeester Meyburg in Duitsland kreeg om hofschilder van koningin Christina van Zweden te worden, sloeg hij af. Een jaar later nam het koppel met hun kind zijn intrek in Gouda.

Lees meer »

1630-1673 Adriaen van der Spelt

Adriaen van der Spelt (±1630-1673) werd omstreeks 1630 in Leiden geboren als zoon van de oorspronkelijk uit Gouda afkomstige glazenmaker Job Adriaensz. van der Spelt. Hij was waarschijnlijk omstreeks 1644 een leerling van Wouter Crabeth II. Hij is vooral bekend geworden als schilder van (bloem)stillevens. In 1658 werd hij lid van het schildersgilde in Leiden. Daarna vestigde hij zich als kunstschilder in Gouda. Van 1664 tot 1670 schilderde hij in Berlijn aan het hof van de Frederik Willem van Brandenburg, keurvorst van Brandenburg.

Lees meer »

1620-1664 Aert van Waes

Aert van Waes (±1620-na 1664) werd vooral bekend door zijn prenten van alledaagse figuren: ‘aartige boerten’ volgens kronieker Walvis. Hij legde landlopers, zigeuners en boeren vast. Geen opdrachtgevers waarop een kunstenaar op binnenliep. Volgens de historicus Walvis zou ook hij de tocht via Frankrijk naar Italië hebben gemaakt als leerling van Crabeth. Het etsen leerde hij van Reinier van Persijn. Van Waes (±1620-na 1664), was zo gefrustreerd dat hij van met zijn kunst niet genoeg kon verdienen, dat hij de hiernaast afgebeelde ets maakte in 1645. Het bijschrift spreekt boekdelen. 

Lees meer »

1617-1649 Jan Ariens Duif

Op 18 Juni 1626 belandde Jan Ariensz. Duif (1617-1649) op negenjarige leeftijd in het Weeshuis. Daar viel zijn schilderstalent op en ging hij in de leer bij zijn neef Wouter Crabeth II. Hij werd bekend door zijn portretten en genrevoorstellingen.

Lees meer »

1615-1668 Reinier van Persijn

Net als vele kunstenaars trok de in Alkmaar geboren Reinier van Persijn (1615-1668 naar Rome. Evenals Crabeth II werd hij lid van de Roomsche Schildersbent de Bentvueghels onder de naam Narcissus. Hij vestigde zich in Gouda en trouwde met Elisabeth van Raemburgh. Na haar overlijden huwde hij opnieuw, nu met Maria, de dochter van schilder Wouter Crabeth II.

Lees meer »

1602-1647 Jan Franse Verzijl

Jan Franse Verzijl (1602-1647), was eveneens een leerling van Wouter Crabeth II. Net als zijn leermeester bezocht hij Italië en wordt hij tot de caravaggisten gerekend. Uit het testament van zijn moeder blijkt dat hij rond 1625 in Rome verbleef, waarna hij rond 1629 de Goudse levensdraad weer oppakte. De roomse kunstenaar schilderde waarschijnlijk vaak in opdracht van pastoor Willem de Swaen voor de schuilkerken en statie ‘de Tol’ in Gouda. Een deel van het werk van Verzijl bevindt zich in Museum Gouda.

Lees meer »

1595-1613 Jan Daemesz. de Veth

Schilder Jan Daemesz. de Veth werd in 1595 Leiden geboren en trok in 1613 waarschijnlijk net als de Gouwenaar Wouter Crabeth II, via Frankrijk naar Rome om zich daar als schilder verder te ontwikkelen. Na zijn terugkeer in Nederland vestigde hij zich in Gouda, waar hij diverse schutterstukken schilderde.

Lees meer »

1594-1644 Wouter Pietersz Crabeth II

Crabeth II werd geboren in 1594 als kleinzoon van de Goudse glazenier Wouter Crabeth I en zoon van schepen en burgemeester Pieter Woutersz Crabeth. Hij leerde het schilderen van Cornelis Ketel, waarna hij in 1613 (net als zijn Leidse collega Jan Daemesz. de Veth) via Parijs en Aix-en-Provence naar Italië vertrok om met als bijnaam ‘De Almanak’ lid te worden van het schildersverbond de Bentvueghels. Crabeths werk werd daardoor zeer zeker beïnvloed door Italiaanse meesters schilders als Caravaggio. Crabeth werd in Italië vanwege zijn afkomst Wouter van der Gou genoemd.

Lees meer »

1550-1601 Jacob Willemsz Delff II (de oude)

Deze begaafde portretschilder en leeftijdgenoot van Cornelis Ketel werd rond 1550 in Gouda geboren. Zijn vader was Willem Hendricksz. Jacob trouwde met Maria Joachimsdr Nagel. Hun zonen Cornelis en Rochus werden nog in Gouda geboren, maar rond 1575 vertrokken het gezin naar Delft, waar het klimaat voor kunstschilders financieel gunstiger was. Hier werd Delff als achternaam toegevoegd en werd hun jongste zoon Willem geboren (de vader van schilder Jacob Willemz Delff de jonge). Alle mannen Delff werden verdienstelijke Delftse portretschilders.

Lees meer »

1548-1616 Cornelis Ketel

Deze begaafde, in Gouda geboren, kunstschilder Cornelis Ketel (1548-1616) kreeg zijn eerste lessen van zijn oom Cornelis Jacobsz Ketel. Op zijn 18e ging hij in Delft in de leer bij Athonie Blocklandt.  In 1565 toog hij naar Parijs en Fontainebleau. Hij keerde twee jaar later terug naar Gouda toen Frankrijk in conflict kwam met koning Philips II.

Lees meer »

1523-1584 Pieter Pourbus

Pieter Pourbus was een beroemd schilder en cartograaf die tot in het begin van de Gouden Eeuw in Brugge leefde, waar hij in 1584 overleed. Pourbus werd in 1523 geboren in Gouda. Waarschijnlijk belandde hij al rond zijn twintigste in Brugge op uitnodiging van de Brugse schilder Lancelot Blondeel. Pourbus trouwde met Blondeels dochter in 1549 en is dan al lid van het Sint Lucasgilde, het ambacht van kunstschilders.

Lees meer »

1505-1589 Dirck en Wouter Crabeth

Dirck (±1505 - 1574) en zijn broer Wouter (I) Pieterszoon Crabeth (±1520 - 1589) waren beiden begenadigde 16e-eeuwse Goudse glazeniers. Voordat de gebroeders actief werden waren er al glasschilders in Gouda. De grote bloei zette zich pas in met het werk van Dirck, die na de grote kerkbrand in 1552 opdracht kreeg om ramen van voor de Sint Janskerk te maken. Drie jaar later werd het eerste raam achter het hoofdaltaar aangebracht, 'De doop van Jezus door Johannes de Doper'...

Lees meer »