Hollandsche IJssel Mooier

Wij bieden niet alleen wetenswaardigheden en nieuws over recreatie en uitgaan in de Hollandsche IJsselregio, maar ook over bezienswaardigheden, cultuur, ontstaansgeschiedenis en natuur.

Deze site moet langzaam uitgroeien tot het virtuele ecomuseum van de Hollandsche IJssel in Zuid-Holland. Dus van Haastrecht tot aan de Nieuwe Maas. Wie ideeën heeft, of iets te melden, kan zijn bericht of beeldmateriaal sturen via deze link


ACTUEEL


Week 19 2022

1617-1672 Goudse pijpen maken begint in de Gouden Eeuw

De Goudse pijpen waren in de Gouden Eeuw een begrip, geen product van eigen inwoners, maar van Engelse huurlingen van het Staatse leger die tijdens het Twaalfjarig Bestand wat bijverdienden met pijpen maken.

Indianen leerde de westerse wereld dat tabak in pijpen gerookt kan worden. Nu weten we dat de verslaving die dat zou opleveren, slecht is voor de gezondheid, maar in de Gouden Eeuw telde dat nog niet en werd er sinds de introductie in Leiden door Franse en Engelse studenten rond 1590 lustig op losgepaft.

Engelse soldaten uit het staatse leger die zich de kunst van het pijpenmaken hadden eigengemaakt, wilden iets bijverdienen en gingen de eerste pijpen maken. William Baernelss, die Willem Barendts werd genoemd, was een van hen. Hij woonde in Gouda Achter de Vismarkt, niet ver van de Gouwe. Hij overleed in 1625, nadat hij acht jaar pijpen had gemaakt.

De pijpenmakers bakten de keramieken pijpen niet zelf. Ze vormden ze alleen. Het bakken lieten ze over aan de talrijke pottenbakkers die de opdrachten – door de stagnatie van de verkoop van eigen hun waren – goed konden gebruiken om de kas te spekken. Alle pottenbakkers werkten aan het eind van de Gouden Eeuw in opdracht van de pijpenmakers, de meesten uitsluitend.

De eerste pijpenmakers importeerden de witbakkende klei uit Engeland, later gingen ze over op Keulse, Maastrichtse (uit de Ardennen) en Rozendaalse (uit Doornik) klei, die sterker was.

 

Jong geleerd

Kinderen werden al jong in de leer gedaan bij een Engelse meesterpijpenmaker om het vak onder de knie te krijgen. Er is een voorbeeld van een elfjarige knul die een werkovereenkomst kreeg voor vier jaar, waarbij hij om vijf uur ’s ochtens moest beginnen en tot ’s avonds laat werkte. Zondag was een vrije dag. ’s Winters mocht hij een uur later beginnen.

Rond 1641 waren er meer Goudse dan Engelse pijpenmakers, die hun vak nog steeds tijdens hun soldatendienstverband uitoefenden. Toen Goudse pijpenmakers die het kunstje hadden geleerd een gilde wilde maken die de Engelsen uitsloot, kregen ze van de vroedschap nul op rekest. Dit kwam door de protesten van de meewerkende echtgenotes van de Engelsen.

Een kleine twintig jaar later kwam toch dat pijpengilde, waar iemand alleen lid van kon worden na een proeve van bekwaamheid. Wie probeerde pijpen te maken als niet-lid van het gilde, werd gesommeerd de stad te verlaten. Het aantal gildeleden nam snel toe en telde 80 leden in 1665.

Na het Rampjaar 1672 dat het eind van de Gouden Eeuw betekende, kwam er de klad in. Ontslagen knechten begonnen noodgedwongen voor zichzelf, waardoor het aantal gildeleden verdubbelde in 1679 en groeide tot zelfs 230 leden zes jaar later. Een eigen Goudse pijpenmarkt kwam op de Nieuwmarkt, toen de Amsterdamse pijpenmarkt, waar de handel aan de man werd gebracht, zijn markttarieven verhoogde.

Lees meer »

Admiraal Jan den Haen was eigenaar steenplaats in Ouderkerk

In de Gouden Eeuw was de handelsvloot wereldwijd verantwoordelijk voor de rijkdom van de Lage Landen. Maar dat had zijn keerzijde, want er waren letterlijk altijd kapers op de kust. Alleen een sterke oorlogsvloot kon voorkomen dat vijanden er met de handel en de schepen vandoor gingen. Deze oorlogsschepen werden ook ingezet bij conflicten tussen de naties. We kennen allemaal de zeehelden Tromp en De Ruyter. De Goudse admiraal Jan den Haen kreeg niet zo’n heldenstatus en ging roemloos ten onder tijdens een ongelukkige zeeslag in Italië. Toch maakte Jan heel veel mee in de 27 jaren die hij bij de marine van de Republiek der Zeven Provinciën diende.  Jan en zijn gelijknamige zoon waren tegelijkertijd investeerders in de steenplaats de Doornboom in Ouderkerk aan de IJssel.

Jan den Haen werd in 1630 geboren als zoon van de Goudse messenmaker Jan Jansz den Haen en Aefken Crijnen Hola. Al jong had hij al een fascinatie voor schepen en deed hij klusjes voor schippers die in de haven lagen.

In 1650 greep hij zijn kans en vertrok uit Gouda om in dienst te kunnen treden bij zijn oom Cornelis (Kees) Hola, die kapitein was van de Admiraliteit van Amsterdam.

Wonen aan de Turfmarkt

Jan trouwde in 1652 met Magdalena Cools. In datzelfde jaar voer hij als secretaris van zijn oom Kees Hola mee op het schip De Gouda tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog. Toen zijn oom wegens lafheid in het jaar daarop in ongenade was geraakt, bleef Jan in dienst en stapte over op het schip de Bommel van kapitein Pieter van Brakel.

In 1654 kocht hij zijn eerste huis De Bonte Koe in Gouda aan de Turfmarkt 92/94. Zijn vrouw Magdalena had daar kort plezier van, want ze stierf een jaar na de dood van hun eerste zoontje Jan.

Den Haen maakte al snel promotie en werd in 1656 benoemd tot luitenant. Als luitenant-commandeur van het schip de Haarlem (40 kanonnen) vocht hij op 29 oktober 1658 bij de Slag in de Sont bij Denemarken. Dat was ook het jaar dat hij hertrouwde met Hillegonda Hendricksdr Kleymeel. Op 12 maart 1659 werd hij buitengewoon kapitein op de Haarlem.

Door een ziekte, die hij in Denemarken opliep, werd hij echter gedwongen naar Nederland terug te keren en moest hij zelfs aankloppen bij de armenzorg, want als buitengewoon officier werd zijn gage niet door de Admiraliteit doorbetaald.

Vanwege de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog werden opnieuw manschappen geronseld en kon Den Haen opnieuw aanmonsteren bij de marine. Hij kreeg in 1665 het bevel over de Stad en Lande om mee te doen aan de Slag bij Lowestoft in het Vijfde Eskader onder vice-admiraal Cornelis Tromp. Jan heroverde tijdens deze slag het schip de Great Charity op de Engelsen, dat eerder onder Nederlandse vlag voer. Ook al verliet hij daar met zijn oorlogsbuit het slagveld zonder order, als beloning kreeg hij een gouden ereketen en de theoretische tegenwaarde van het schip, 10.000 Engelse ponden.

Financieel stond hij er nu plots veel beter voor. Met dat geld loste hij zijn hypotheek op De Bonte Koe af en kocht hij een nieuw huis op de Turfmarkt, dat later bekend zou worden als Het Admiraalshuis. Ook kreeg hij van de Admiraliteit een vast dienstverband en het commando op de Calantsoog, een oorlogsbodem met 68 kanonnen.

In de Vierdaagse Zeeslag tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, die plaatsvond in juni 1666 tussen de Engelse en Vlaamse kust, raakte de Calantsoog zwaar beschadigd. Het jaar daarop voer hij met hetzelfde schip mee in de Tocht naar Chatham in het eskader van luitenant-admiraal Willem Joseph van Ghent. Dat leverde hem in 1670 een bevordering op tot schout-bij-nacht.

Schout-bij-nacht op de Gouda

Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, kwam Jan als kapitein terug op de Gouda, waar hij als jonge schrijver bij zijn oom Kees was begonnen. Als schout-bij-nacht was hij de plaatsvervangende vice-admiraal. Het schip van de schout-bij-nacht voer in de regel als hekkensluiter van een eskader. De Gouda speelde een rol in 1672 bij de Slag bij Solebay onder Michiel de Ruyter. Na afloop verving hij vice-admiraal Isaac Sweers.
Den Haen, die Orangist was, beschuldigde na dit treffen vijf officieren van lafheid. Volgens de krijgsraad was dat echter ten onrechte. Hij maakte door zijn opstelling geen vrienden onder de andere officieren van de Republiek.

In 1673 was hij zowel bij de Eerste als de Tweede slag bij Schooneveld van de partij, opnieuw als secondant van Cornelis Tromp. Jans optreden tijdens de Slag bij Kijkduin, waarbij de Engelsen werden verslagen en Den Haen van schip moest wisselen, werd op 6 oktober 1673 beloond met zijn benoeming tot vice-admiraal, als vervanger van de gesneuvelde Isaac Sweers.

Zijn privévermogen nam gestaag toe. In dat jaar kon hij in Gouda de voormalige Barbarakapel op de hoek van de Keizerstraat en de Kuiperstraat opkopen.

Gevechten bij Italië

Na de Franse invasie draaiden de rollen om en werd Spanje bondgenoot van Nederland. Admiraal Tromp werd in 1674 naar de Middellandse Zee gestuurd om de Spaanse vloot te ondersteunen bij de verovering van de Franse kust. Den Haen voer als hoofd van een smaldeel als zijn rechterhand.

In augustus 1675 kreeg vice-admiraal Den Haen opdracht van De Ruyter om met zijn eskader, waarin ook de Goudse kapitein Pieter van Middellandt voer met het schip de Steenbergen, richting Zuid-Italië te koersen om in Calabrië de bevolking van Messina te helpen die in opstand was gekomen tegen de Franse overheersers.

Er was geen klik tussen De Ruyter en Den Haen, de laatste voelde zich niet serieus genomen en wilde niet met de Spanjaarden samenwerken. Den Haen wachtte met zijn eskader niet op de hoofdvloot, maar voer naar Napels om te zien of daar met handel wat te verdienen viel. Na herhaalde orders van De Ruyter, keerde hij pas na zeven weken, op oudjaarsdag, met zijn oorlogsschepen bij de hoofdvloot terug. Die lag intussen in een haven bij de ingang van de door de Franse vloot gecontroleerde Straat van Messina tussen Sicilië en Calabrië.

Den Haen kreeg daar bonje met zijn stadsgenoot schout-bij-nacht Pieter van Middellandt van de Steenbergen, die niet met Jan was meegegaan, maar wel op De Ruyter had gewacht; een ruzie die door De Ruyter moest worden bijgelegd.

Bij de Slag bij Stromboli op 8 januari 1676 verloor de Nederlandse vloot van de Franse, ondanks de hulp van een Spaans schip. Napels bleef wel voor Spanje behouden.

In april troffen ze de sterke Franse vloot onder Duquesne opnieuw. Deze keer kort maar hevig in de Slag bij Agusta aan de oostkust van Sicilië. Er vielen bij dit treffen veel gewonden en doden, waaronder De Ruyter, maar er ging geen schip verloren.

Den Haen, die het derde eskader aanvoerde, kon niet op tijd bij de gevechten aan de frontlinie komen, omdat het tweede eskader, bestaande uit Spaanse schepen, hem ophield.

Admiraal door sneuvelen De Ruyter

De Krijgsraad benoemde Jan na het overlijden van De Ruyter tot bevelhebber over de vloot en daardoor wapperde de admiraalsvlag op de Gouda (76 kanonnen), toen ze met het ge­balsemde lichaam van De Ruyter via de zuidkant van Sicilië naar Palermo voeren voor reparaties.

Den Haen zond een brief naar prins Willem III van Oranje met het advies om Cornelis Tromp tot opvolger van De Ruyter te benoemen. Tegelijkertijd verzocht hij de Admiraliteit van Amsterdam of hij als opvolger van Tromp de nieuwe luitenant-admiraal kon worden.

Wat ook het antwoord zou zijn geweest, die post las hij nooit: zijn achterhoofd werd eraf geschoten tijdens de Slag bij Palermo op 2 juni 1676. Daar lag de Spaans-Nederlands vloot nog voor reparatie toen de Fransen er branders op af konden sturen.

Jan den Haen (46) stond voor de grote mast op het vinkennet, toen hij door de kogel werd getroffen. Zijn stadsgenoot en schout-bij-nacht Pieter van Middellandt was al een paar dagen ziek in zijn kajuit toen zijn schip de Eendracht in brand vloog. Om zijn leven te redden sprong die uit een raam en verdronk.

Het praalgraf van De Ruyter, gemaakt door beeldhouwer Rombout Verhulst, was het laatste dat voor zeehelden van de natie werd opgericht, want toen de Admiraliteit van Amsterdam ook een praalgraf voor Den Haen wilde laten oprichten – de opdracht was al gegeven aan Verhulst – werd dat door de Staten-Generaal verboden. Jan was immers niet door de overheid, maar door de krijgsraad tot vervangend vlootaanvoerder benoemd. Een eerbetoon was ook niet passend vanwege het grote verlies dat de vloot onder zijn leiding had geleden bij Palermo. Mogelijk speelde zijn eigengerijde gedrag een rol en de ‘moeilijke geaardheid’, waarvan Michiel de Ruyter hem had beticht.

Graf in Sint Janskerk

Den Haen werd op 26 april 1677, bijna een jaar na zijn dood, in de Goudse Sint Janskerk begraven aan de voet van glas 22. Een rouwbord met zijn naam, de overlijdensdatum en zijn degen werden in de kerk opgehangen. Ze zijn nu in Museum Gouda te zien.

Van Jan den Haen zijn geen portretten gemaakt, zoals van de andere zeehelden De Ruyter en Tromp. Daardoor weten we niet hoe hij eruit heeft gezien.

Eigenaar steenfabriek

Voordat hij koers zette naar Zuid-Italië investeerde Den Haen geld in 1675 in een Ouderkerkse steenplaats in de Hoge Nesse (IJssellaan), waarschijnlijk De Schans, die had  twee zellingen in het er tegenoverliggende Nieuwerkerk. De admiraal verstrekte kennelijk ook leningen, want Merritgen Gielen van steenplaats de Schans, de weduwe van Thonis Leendertse Steenbacker, die geholpen werd door Ariaan Janszoon Uytenbroek, loste in 1677 een schuld van 1200 gulden af die zij bij hem had.

Zoon Jan erfde de steenplaats toen zijn vader sneuvelde, maar verkocht hem op 3 mei 1683 aan Cornelis Aryen Weggeman.

Jan juniors carrière als zeeman duurde te kort om een rol van betekenis te spelen in de vaderlandse geschiedenis. in 1689 verdronk hij in Plymouth.

Lees meer »
Week 16 2022

IJsselsteen een Belgische kloostermop?

De steenfabrikanten langs de Hollandsche IJssel klaagden er regelmatig over bij de regering dat ze baksteen betrokken uit Vlaanderen. Daar werd goedkopere steen geproduceerd. De ijsselsteenbakkers vonden dat dit ten koste ging van de werkgelegenheid in eigen land en dat de kwaliteit van de Vlaamse baksteen beduidend minder was. Om de laatste reden kocht Antwerpen immers voor hun nieuwe kademuren ijsselsteen.

Er kwam in 1894 in België het eerste deel uit van de serie Vak-& Kunstwoorden met de passende titel 'Steenbakkerij', geschreven door Theofiel Coopman. Op zich een interessant initiatief, want allerhande terminologie wordt er duidelijk in uitgelegd.

Maar dan bladeren we door naar de 'H' om te zien wat Theofiel te melden heeft over onze geliefde Hollandse ijsselsteen en krijg je de indruk dat deze schriftgeleerde mogelijk alles wist van kinderkopjes en kasseien, maar nooit van 'ijselsteen' had gehoord.  Hij schrijft namelijk in duimen in plaats van centimeters. Aangezien de duim meer dan 2,5 centimeter lang is, wordt de 'Hollandsche IJselsteen' daardoor groter dan een kloostermop, namelijk tot 40 centimeter lang, 20 centimeter breed en 10 centimeter dik.

Voor wie wil weten hoe groot een kloostermop is: die staat er niet in. Hij wordt in het boek namelijk 'kloostermoef' of 'reuzen moef' genoemd en blijkt eveneens 2,5 keer groter dan in werkelijkheid.

Dat kan geen toeval zijn en het vraagt om nader onderzoek. Wat blijkt? De invoering van het metrieke stelsel in 1920, naar de IJkwet uit 1916, had nogal wat voeten in aarde. De centimeter was natuurlijk een Frans woord en daarom werd de ingeburgerde naam 'duim' gebruikt om de centimeter te duiden en de 'el' voor een meter. Veel materiaal kwam nog uit Engeland, waar ze inches bleven hanteren, die qua lengte vergelijkbaar was met de oude duim van 2,5 centimeter lang. De 'duimstok' van een meter kreeg daarom zowel streepje voor inches als centimeters. Er ontstond nu verwarring omdat praktijkmensen de oude duimmaat bleven gebruiken, afgemeten aan de inchschaal.

 

Lees meer »
Week 11 2022

De impact van de ijsselsteenindustrie op de regio

De baksteenindustrie aan de Hollandsche IJssel domineerde eeuwenlang in de Nederland. De fabrieken hadden een enorme ecologische en maatschappelijke impact op onze regio. Langs de ‘levende rivier’ waren maar liefst 40 steenplaatsen, zoals de plekken werden genoemd waar de bekende gele ijsselsteentjes werden gemaakt.

De buurtschappen langs de IJssel danken er hun bestaan aan. De miljarden ijsselsteentjes werden overal toegepast. Ze werden niet alleen gebruikt voor woningen, boerderijen, straten en pleinen in de Lage Landen, maar ook geëxporteerd en als ballast gebruikt door de handelsvloot. Na een half millennium raakten de ijsselsteentjes echter in ongebruik en verdwenen de fabrieken.

Rob  Stolk neemt u mee in dit ongelofelijke stukje geschiedenis, zo heel dichtbij! De lezing die in november vorig jaar zou plaatsvinden vindt nu plaats op

Vrijdagmiddag 25 maart aanvang 16.00 uur.

Entree € 10.-, Vrienden € 7.-, jongeren tot 25 jaar € 5.- incl. drankje en hapje (opties zijn te kiezen bij het bestellen van kaarten).

Het Van Cappellenhuis vindt u aan het eind van de Kerklaan in het oude Dorp van Capelle aan den IJssel. Het maakt gebruik van het coronatoegangsbewijs voor bezoekers van 12 jaar en ouder.

Aanmelden

Lees meer »
Week 06 2022

EXPO in de maak

Gouda bestaat 750 jaar. Daarom organiseert een team van vrijwilligers van GOUDasfalt de EXPO GOUDA MAAKT in de Zeepfabriek, Buurtje 5 - 9 bij Croda. Een tentoonstelling over de maakindustrie in Gouda vroeger, nu én later. Het team is al ruim een jaar bezig met de voorbereidingen.
Studio Makkink & Bey zal de expositie ontwerpen. Half januari startte ‘het Bouwteam’, ook bestaande uit vrijwilligers van GOUDasfalt, met de inrichting van de expositieruimte. EXPO GOUDA MAAKT is te zien van 6 april t/m 25 september 2022 en wordt mede mogelijk gemaakt door de bijdrages van fondsen, bedrijven, sponsors en MBO-scholen.

Als de EXPO opent in april 2022 gaat een groep vrijwilligers samen met studenten van verschillende MBO opleidingen aan de slag om ervoor te zorgen dat alles op rolletjes loopt. De organisatie is nog op zoek naar:

  1. Gastheren/gastvrouwen die bezoekers welkom heten bij de ingang. En verwijzen als dat nodig is.
  2. Rondleiders die in de tentoonstellingsruimte vragen beantwoorden. Fijn, maar niet essentieel, als u al wat meer weet van de geschiedenis van Gouda of van de onderwerpen die op de EXPO te zien zijn. Wij zorgen voor achtergrondinformatie op papier.
  3. Veermannen en maatjes voor het pontje GEIN. 

De EXPO is geopend van 6 april tot en met 25 september 2022, op woensdag tot en met zondag van 12.00 - 18.00 uur. Meer weten? Kijk dan op www.expogoudamaakt.nl
Kijk op www.expogoudamaakt.nl voor meer informatie.

Bestuur weer op sterkte

Na de periode van ziekte en uiteindelijk het tragische overlijden van voorzitter Herman Ruiter heeft het bestuur van GoudAsfalt enige tijd bestaan uit slechts twee personen: William Roosemalen en Werner Trooster. De vacatures in het bestuur zijn inmiddels opgevuld door Jurjen van den Broeck, Jan van der Linden en Erik Rietveld. Hiermee is er weer een compleet bestuur van de Stichting met veel kennis en ervaring om actief samen met de vrijwilligers, gebruikers, omgeving en andere betrokkenen verder te gaan om GOUDasfalt nog beter en mooier te maken. De voorzitter is geworden William Roosemalen (voorzitter en penningmeester), overige bestuursleden zijn Werner Trooster (secretaris), Jurjen van den Broeck, Jan van der Linden en Erik Rietveld. 

Lees meer »

Huis van de Kikker Zaag55 operationeel

Zaag55 gaat door met de transformatie van het gebied op eiland De Zaag waar ooit de beroemde scheepmotoren van Machinefabriek Bolnes werden gemaakt. De nazaten van oprichter Van Capellen hebben nu de ambitie om er een plek te maken waar mensen kunnen ontmoeten en werken in een inspiratievolle omgeving in het groen. Eiland De Zaag was een zeeg die in de Nieuwe Maas ontstond door stuwingen van sediment op de plek waar de Lek en de Noord elkaar ontmoetten. Het ligt tussen Nieuwe Maas en Bakkerskil. De laatste waterloop en de Sliksloot tussen Krimpen aan den IJssel en Sotrmpolder werd vroeger gebruikt door schippers die via de Merwede en Hollandsche IJssel voeren tussen het Bourgondische achterland en de Zuiderzee. Deze verplichtte vaarweg via Dordrecht en Gouda bracht welvaart aan de Hollandsche IJsselregio. Het natuureiland naast het vloedbos van Stormpolder is bereikbaar via een brug in Krimpen aan de Lek.

 

Huis van de Kikker in gebruik genomen

De voormalige directiewoning, die nu ligt aan het nieuw gecreëerde natuurgebied met 5 kilometer wandelpad door vloednatuurgebied, heeft een upgrade gekregen en is nu beschikbaar voor bijeenkomsten en overnachtingen. Het kreeg de naam Huis van de Kikker. Kikker was de bijnaam van de laatste Bolnes directeur en bewoner van het pand J.H. Van Cappellen, omdat hij door een handicap een vreemd loopje had. Dit pand heeft de oorspronkelijke uitstraling gekregen door een bijzondere ingreep. Het is nu aan de waterkant uitgebouwd en voorzien van een nieuw terras op dijkhoogte. De Josephinezaal zaal is beschikbaar voor vergaderingen en recepties. De vier slaapkamers zijn in Art Decostijl ingericht.

 

Restaurant De Proefstand opent najaar.

Het nieuwe restaurant aan de entreekant van de fabriek wordt in het laatste kwartaal van dit jaar geopend. De keuken komt op de plek waar vroeger scheepsmotoren werden getest. Het is de bedoeling dat groente en fruit wordt gekweekt in een nieuwe kas, die wordt gebouwd op de plek waar de privékas van de familie Van Capellen stond. Daarvoor zijn een aantal noodkantoren verwijderd. Chefkok wordt de Australiër Lucas Jeffries met internationale ervaring, die een experiment niet uit de weg gaat en vooral wil werken met lokale producten. Hij geeft een moderne draai aan klassieke gerechten.

 

Boeken kan via de website zaag55.nl

Lees meer »
Week 04 2022

Hollandsche IJssel ontstond rond het jaar 100 door menselijk handelen

We gaan terug naar het begin van onze jaartelling en belanden in het ondoordringbaar moerasbossengebied van de Rijn/Maasdelta. Aan de rand van deze enorme veengebieden en op oevers van de kreken in de Maasdelta aan de Rotterdamse kant vestigen zich mensen. Met sloten en duikers ontwateren ze het gebied om landbouwgrond te creëren. We zien dat het veenpak daardoor inklinkt, het rivierwater dieper landinwaarts doordringt en daar vervolgens zand en slib afzet.

De kreken worden daardoor ondieper en het water zoekt zijn weg verder, zodat deze waterlopen breder en langer worden. Aan de Utrechtse kant van het moeras in de Rijndelta zien we dat precies hetzelfde proces zich afspeelt.

Ontbossing langs de Rijn in Duitsland

Tegelijkertijd wordt langs de Rijn het huidige Duitsland massaal ontbost en dat zorgt voor een enorme hoeveelheid sediment dat in de delta belandt en het veenpak verder indrukt. Door het hoogteverschil tussen de Rijn- en Maaskreken is er geen houden aan als de eerste waterlopen elkaar rond het jaar 100 tegenkomen. Er ontstaat een Isel (in latijn ‘Isala’, dat waarschijnlijk stroming betekent) die we nu de Hollandsche IJssel noemen.

De samenkomst van kreken die daarna de Lek gaan vormen is onvermijdelijk en volgt 200 jaar later.

Beide aftakkingen bieden een gunstigere waterloop voor de Rijn. De oorspronkelijke loop richting Katwijk verzandt aan de monding zodanig dat bisschop Godebald van Utrecht in 1122 de honderd meter brede Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede laat afdammen om overstromingen tegen te gaan.

In project ‘The Dark Age of the Lowlands in an interdisciplinary light’ werken wetenschappers samen aan een reconstructie van de Lage Landen. Fysische geografen van de Universiteit van Utrecht vonden daarbij het bewijs dat in de eeuwen na het begin van onze jaartelling de Lek en Hollandsche IJssel onstonden door menselijk handelen. Hun conclusie verscheen 25 september in het wetenschappelijk tijdschrift Geology. Het leert ons dat kleine menselijke ingrepen in rivierdelta’s grote gevolgen kunnen hebben.

 

Bron en illustraties: uu.nl/en/news/unintentionally-caused-changes-in-river-courses van het departement Fysische Geografie van de Universiteit van Utrecht (2018).

Lees meer »
Week 03 2022

1923 Paulina Bisdom laatste Vrouwe van Vliet

In het Haastrechtse Museum Paulina Bisdom van Vliet vindt u de inrichting met inboedel van de laatste eigenaresse zoals die was bij haar overlijden in 1923. De rijke dame, die kinderloos stierf, liet haar hele fortuin aan een stichting na, met als beding dat alles moest blijven zoals het was. Hoe kwam zij aan haar fortuin en wat voor rol speelde de familie Bisdom, later Bisdom van Vliet, in de geschiedenis.

 

Adriaan Bisdom

Waar nu het bijzondere museum staat, bouwde in 1694 gemeentesecretaris en notaris Adriaan Bisdom zijn huis. Adriaan was de zoon van de hoogheemraad van de Krimpenerwaard, Jacob Bisdom (†1704), die op zijn beurt de zoon was van Jan Bisdom van Crimpen. In de tuin achter het museum aan de Hollandsche IJssel stonden tot voor kort twee prachtige rode beuken die Adriaan in 1696 en 1698 plantte, ter gelegenheid van de geboorte van zijn zonen.

Theo Bisdom van Vliet

Adriaans zoon Theo Bisdom werd een succesvol koopman en kocht in 1755 de heerlijkheid van Vliet bij Oudewater. Hij kocht het niet voor het vervallen kasteel, waarvan de grachten nog in tact waren, maar omdat hij daarna de titel ‘heer’ mocht dragen en op die manier lid werd van de Hollandse adel. Theo Bisdom, heer van Vliet (†1777) werd poorter – dat is iemand met stadsburgerrechten – van Gouda en trouwde met Maria van Harthals. Ze kregen twaalf kinderen. Na Theo’s overlijden trad hun oudste zoon, Marcel Bisdom, heer van Vliet, in zijn voetsporen en die werd ook poorter van Gouda. Marcel trouwde in 1766 in Goes met Maria Catherina Reijnders uit Middelburg, de dochter van Salomon Reijnders, de vice-admiraal van Zeeland.

Marcel Bisdom van Vliet I

Marcel kreeg meerdere erebaantjes in Gouda; zo was hij regent van het weeshuis en kerkmeester. Van 1782 tot 1795 was hij lid van de Goudse vroedschap en groeide zijn fortuin tot hij een van de rijkste inwoners werd van Gouda. Zijn kapitaal verdiende hij met zijn koffie- en katoenplantages aan de rivier Demerar in Barbados, dat was in de Nederlandse kolonie Essequebo en Demerary, die in 1745 werd opengesteld voor de aanleg van plantages. Ongetwijfeld speelde zijn varende schoonvader daar een rol in. Marcel behoorde daarmee tot de nouveau riche. Een pamfletschrijver noemde Marcel niet voor niets ‘een Haastregtsche boerejongen wiens grootvader de kost had verdiend als hengstenlubber’. Voor wie niet weet wat een lubber is: het synoniem is castreerder (een gecastreerde hengst is een ruin).

Orangisten gooiden bij de onlusten in 1787 de ramen bij Marcel Bisdom van Vliet in. Ondanks zijn lidmaatschap van de Goudse Patriottische Sociëteit werd hij niet uit de Goudse vroedschap gezet. In de jaren 1790 en 1791 was hij zelfs burgemeester van Gouda. Marcel en Maria kregen vijf dochters. Hun enige zoon, vernoemd naar zijn grootvader en zeeheld Salomon Reijnders, nam het familie-imperium op 29 september 1806 over, toen Marcel op zevenenzeventig jarige leeftijd in Gouda stierf.

Salomon Reijnders Bisdom van Vliet

Met Salomons Reijnders koloniale bezittingen op Barbados zal het toen al wel afgelopen zijn, want vanaf 1796 hadden de Engelsen er flink huisgehouden. Salomon Reijnders Bisdom-van Vliet (†30 oktober 1825) werd aangesteld als schout en burgemeester van Haastrecht. Dit gemeentehuis, met een met tongewelven gedekte achterste kelder voor de cachotten, werd in 1823 gerestaureerd onder Salomon, die was getrouwd met Paulina Maria Hondorff Block.

Twee jaar later stierf hij en nam zijn negentienjarige zoon Marcel, vernoemd naar zijn grootvader, de burgemeestershamer over en die van de dijkgraaf van Krimpenerwaard. Zijn broer Otto Breat Bisdom van Vliet was toen vijftien jaar oud.

Marcel Bisdom van Vliet II

Als inwoner van Haastrecht stond Marcel in 1832 in Gouda op de veertiende plaats, van het rijtje rijkste mannen van Gouda. Een goede partner dus voor Maria Elizabeth Knogh, de weduwe van Abraham Ledeboer, met wie hij 11 juli 1839 trouwde. Een jaar later werd hun enige kind geboren: Paulina.

De oom van Paulina, Otto Breat Bisdom van Vliet, trouwde in 1847 met Adelheid Pauline Florentine van Hall en werd heer van Cattenbroek. Hun zoon Salomon Reijnders II Bisdom werd in 1852 in Utrecht geboren.

Paulina’s vader Marcel Bisdom van Vliet, die de burgemeester van Haastrecht was, werd rond 1857 tevens de burgemeester van Vlist en Bonrepas, daarnaast was hij lid van de Provinciale Staten en firmant van Ledeboer & zonen, het bedrijf dat Paulina’s moeder van haar overleden eerste man had geërfd.

Paulina trouwde in 1869 met domineeszoon Johan Jacob le Fèvre de Montigny, luitenant te zee 1e klasse. Het domein van de familie liep van de Nederlands Hervormde kerk tot de huidige Bredeweg. Haar vader gaf nog de opdracht om op de plaats waar hun huis in Haastrecht stond, een nieuw herenhuis te bouwen dat in 1877 gereed kwam. Tegenover dit schitterende herenhuis werd park De Overtuin in Engelse stijl aangelegd, dat door de komst van de provinciale weg later van het huis zou worden afgescheiden.

Paulina Maria le Fèvre de Montagny van Vliet

Paulina’s vader zag het eindresultaat van de bouw niet, want hij overleed voordat hun statige huis klaar was. Paulina en haar liberale man bleven er wonen. Le Fèvre de Montigny nam de burgemeestershamers van zijn schoonvader over, maar moest om gezondheidsredenen op z’n veertigste, in 1880, stoppen en stierf een jaar later. Hij liet Paulina op haar eenenveertigste kinderloos achter en die bleef tot haar dood in het huis wonen.

Paulina’s enige familielid, haar neef Salomon Praet II, trouwde op 17 juni 1882 in Antwerpen met de Amsterdamse Helena Hendrika Viervant, maar stierf in Antwerpen zonder nakomelingen. Paulina bleef daardoor in 1901 alleen achter als enige erfgename van het rijke familiebezit van Bisdom van Vliet.

Ze liet voor haar gezelschapsdame links van het herenhuis in 1907 een huis bouwen in neo-renaissancestijl. In 1914 kwam daar een huis naast voor haar rentmeester.

Op 21 december 1923 overleed Paulina Maria le Fèvre de Montigny - Bisdom, vrouwe van Vliet en Willige Langerak, op drieëntachtig jarige leeftijd. Er was wel een familiegraf in het transept van de Nederlands Hervormde kerk, die vlak naast het huis staat, maar Paulina koos er voor bij haar man in het park De Overtuin te worden begraven. Het stoffelijk overschot van haar hond Nora kreeg daar ook een plaats met gedenksteen.

Stichting Bisdom van Vliet

De vrouwe liet alles na aan de stichting Bisdom van Vliet, onder het beding dat het bestuur het graf van haar en haar man waardig zouden onderhouden, dat ze verenigingsgebouw Concordia, dat zij voor de gemeenschap liet bouwen, zouden onderhouden en zouden bijdragen aan de verpleging van arme zieke en ongelukkige protestantse Haastrechtse kinderen. Haar rijkgevulde herenhuis moest een museum worden. Zo werd het huis van de familie het unieke museum dat nu behoort tot de top honderd van de Nederlandse monumenten. Het verhaal gaat dat de streng protestantse vrouwe het gemeenschapshuis Concordia om strategische redenen op de huidige plek heeft laten bouwen om de roomse Sint-Barnabaskerk aan haar gezichtsveld te onttrekken.

 

Dit artikel werd eerder door Rob Stolk Concepts gepubliceerd bij HollandscheIJsselAltijdAnders.nl

Lees meer »
Week 47 2021

Lezing steenindustrie uitgesteld

De lezing over de impact van de ijsselsteenindustrie die afgelopen vrijdagmiddag door Rob Stolk in het Van Cappellenhuis zou worden gehouden, is vanwege corona uitgesteld tot vrijdag 25 maart.

Lees meer »
Week 40 2021

Inspirerende voorzitter GOUDasfalt overleden

De voorzitter van GOUDasfalt, Herman Ruiter, is afgelopen maandag overleden in het Groene Hart Ziekenhuis. Hij stond aan de wieg van het intiatief GOUDasfalt en was van meet af aan actief als bestuurslid. Hij was voorzitter vanaf april 2017. Aanvankelijk werd argwanend door de gemeente Gouda gekeken naar de idealistische low cost geitenharenwollensokkenplannen van de stichting die het vervuilde koudasfaltterrein voor recreatieve doeleinden wilde inzetten. Maar het enthousiasme van de initiatiefnemers gaf voldoende vertrouwen om hen in zee te gaan. Naarmate de plannen gestalte kregen, bewees de stichting zijn bestaansrecht en ontwikkelde zich een van de belangrijkste recreatieplekken in Gouda, waar inmiddels veel mensen ook hun brood kunnen verdienen. Mede-bestuurder Werner Trooster noemde Herman Ruiter ‘een doorgewinterde vergaderaar’ en legt in zijn nagedachtenis uit hoe hij de lat voor mensen die met plannen kwamen wel hoog kon leggen.

Op maandag 11 oktober is er van 11.00 tot 12.30 uur een informeel samenzijn op GOUDasfalt, Gouderaksedijk 32 in Gouda. Iedereen is daar welkom. Herinneringen kunnen worden gedeeld via www.memori.nl/gedenkplaats/Herman-Ruiter 

Lees meer »
Week 30 2021

Leefgoed klaar voor de toekomst

De afgelopen weken is de laatste hand gelegd aan de laatste vergaderlocatie op Leefgoed de Olifant in Nieuwerkerk aan den IJssel. Het is een gebouw met daarin twee vergaderzalen die de toepasselijke namen De Plaets (refererend aan de steenplaats die er vroeger was) en De Weide. Ze hebben ieder een eigen ingang en zicht op de natuur en de uitgebreide modelmoestuin die tussen dit pand en de ernaast gelegen vrijstaande vergaderlocatie De Hut, die eerder in dezelfde stijl werd gebouwd. De catering wordt verzorgd vanuit het ernaastgelegen restaurant De Dames. Lunchen kunnen gebruikers in De Kas. Met dit project is het bebouwd oppervlak van het park met beeldentuin optimaal benut en qua locatievoorzieningen afgerond. De daken, zelfs een deel van de wanden zijn bedekt met zonnepanelen die voor stroom zorgen van het Leefgoed. (Bron Leefgoed.nl)

Lees meer »

NIEUWS

De regionale actualiteiten en activiteiten op gebied van cultuur, groen en andere recreatieve dingen vindt je bij onze Facebookgroep HIJM.info