Hollandsche IJssel Mooier

Wij bieden niet alleen wetenswaardigheden en nieuws over recreatie en uitgaan in de Hollandsche IJsselregio, maar ook over bezienswaardigheden, cultuur, ontstaansgeschiedenis en natuur.

Deze site moet langzaam uitgroeien tot het virtuele ecomuseum van de Hollandsche IJssel in Zuid-Holland. Dus van Haastrecht tot aan de Nieuwe Maas. Wie ideeën heeft, of iets te melden, kan zijn bericht of beeldmateriaal sturen via deze link


ACTUEEL


Week 31 2022

1763 Gedoe rond afdammen Mallegatsluis

In een berichtje in de Amsterdamsche Courant van 22 februari 1763 wordt schier achteloos gemeld dat de schutsluis van de Hollandsche IJssel naar de Gouwesluis via de Statensluis een half jaar wordt gesloten.

De Staten van Holland en West-Friesland nemen een drastische maatregel. De Staaten SCHUT-SLUYS aan de IJssel voldoet niet meer en wordt met ingang van maart afgedamd. Schippers moeten zolang via de oude smalle lange schutsluis de stad passeren. Deze Statensluis was in de tijd van Willem Oranje aangelegd om verplaatsing van troepen van de watergeuzen sneller te kunnen laten verlopen.

Deze schutsluis die dus al twee eeuwen dienst had gedaan werd nu afgedamd om plaats te maken voor een grotere schutsluis die Mallegatsluis ging heten. Deze kwam een stukje verder van de oude haven af te liggen. De havenkom, nu Museumhaven, werd groter gemaakt en de vaarweg richting Gouwe rechter.

Lees meer »
Week 28 2022

“Hollandsche IJssel moet erfgoedlijn worden”

De Nieuwerkerkse vrijwilligers Gerard Hoogerwaard (adviseur erfgoed) en Rob Stolk (HIJM) werken aan een advies dat ertoe moet leiden dat de Hollandsche IJssel wordt opgenomen in een erflijn van de provincie, zoals de Erfgoedlijn Waterdriehoek, of een eigen Erfgoedlijn. Het draagvlak uit de erfgoedsector is er zeker, menen de twee. De getijrivier was immers van essentieel belang voor de ontwikkeling van Holland. Niet alleen vanwege de rol die de rivier als transportader vervulde, met Gouda als een van de belangrijkste steden, maar ook als zogenoemde werkrivier. Op de oevers werden bakstenen gebakken, schepen gebouwd, touw, netten, kabels en doeken gemaakt. Zonder deze activiteiten zou Holland, met in het bijzonder het Rotterdamse havengebied, zich niet hebben ontwikkeld tot wereldspelers.

Het stuk laat het historische belang zien van de regio en het vele watergerelateerde erfgoed. Het stuk benoemt het belang van de zeedijken langs de rivier waaraan steenplaatsen lagenc, die uitgroeiden tot de huidige woonkernen. Ook interessant zijn de scheepsbouw, waterwerken en vele tentoonstellingsruimtes van historische instanties in monumenten die op loop-/fietsafstand van elkaar liggen. De dijken bieden een prachtig uitzicht over de polders, de rivier en monumentale dijkboerdijen

Ze geven een aantal kansen aan die meer bezoekers aan de locaties kunnen generen. "Eenvoudige praktische low-budget plannen, die inspireren tot een collectief gedragen aanpak van de regiomarketing. De bevolking uit omliggende urbanisaties weet nu niet eens wat er op fietsafstand allemaal te zien en beleven is," meent Rob Stolk, kenner is van de historie van het gebied. "Door de het gebied een gezicht te geven, kunnen we dat veranderen."

"Wij zetten ons in op wat het erfgoed langs de zeedijken toeristische recreatief te bieden heeft. De locaties van voormalige steenplaatsen en scheepswerven zijn daarbij de rode draad voor de cultuurhistorische verhaallijnen, die onze regio zijn identiteit geven. De terrassen langs de dijken en natuur doen de rest."

"Ons concept hebben eerst gepresenteerd aan lokale instanties die bezig zijn met erfgoed en cultuurhistorie, het 'dna', van het gebied, om te zien of die onze visie delen. Zij kunnen meer belangstelling voor hun tentoonstellingen of hun erfgoed immers goed gebruiken.
In de volgende fase gaan we bij ondernemers, vooral uit horeca, maritieme en vrijetijdssector, te rade om te vragen wat die kunnen bijdragen. De reacties op het concept met kansen, mede ingegeven door bijdragen van betrokkenen, zijn heel positief", aldus Stolk. 

Na de vakantie willen Hoogerwaard en Stolk de gemeenten benaderen met de vraag of ze het idee steunen en willen helpen om de provincie over de streep te trekken. Burgemeester Han Weber van Zuidplas  gaf al snel te kennen te willen meewerken aan het zoeken naar draagvlak bij de buurgemeenten en de provincie. 

Stolk is erg positief over de poging: "Lukt het niet om de Provincie zover te krijgen - waar we niet vanuit gaan - dan hebben we in ieder geval bij stakeholders en gemeenten voldoende draagvlak voor een gerichte bovenlokale aanpak. We kunnen in dat geval een slagkrachtige non-profit-organisatie in het leven roepen die, gevoed door stakeholders en gemeenten, kunnen zorgen voor gebiedsmarketing en het stimuleren van de interactie binnen de kerngroepen."

Wordt vervolgd.

Lees meer »
Week 22 2022
Week 21 2022

Presentaties in turfschuur steenovens druk bezocht

Rob Stolk hield afgelopen week twee presentaties in de Turfschuur van de steenovens op Klein Hitland in Nieuwerkerk. Op dinsdag voor vertegenwoordigers van historische verenigingen, de gemeente en andere stakeholders langs de rivier over de manier waarop de Hollandsche IJssel zich kan profileren en wellicht onderdeel kan worden van een van de erflijnen van de Provincie Zuid-Holland. Zaterdag volgde een uitgebreide publiekspresentatie over de historie van de Steenovens Klein Hitland in het kader van het Archeologie-project van de Stichting Steenovens Klein Hitland.

Lees meer »
Week 19 2022

1617-1672 Goudse pijpen maken begint in de Gouden Eeuw

De Goudse pijpen waren in de Gouden Eeuw een begrip, geen product van eigen inwoners, maar van Engelse huurlingen van het Staatse leger die tijdens het Twaalfjarig Bestand wat bijverdienden met pijpen maken.

Indianen leerde de westerse wereld dat tabak in pijpen gerookt kan worden. Nu weten we dat de verslaving die dat zou opleveren, slecht is voor de gezondheid, maar in de Gouden Eeuw telde dat nog niet en werd er sinds de introductie in Leiden door Franse en Engelse studenten rond 1590 lustig op losgepaft.

Engelse soldaten uit het staatse leger die zich de kunst van het pijpenmaken hadden eigengemaakt, wilden iets bijverdienen en gingen de eerste pijpen maken. William Baernelss, die Willem Barendts werd genoemd, was een van hen. Hij woonde in Gouda Achter de Vismarkt, niet ver van de Gouwe. Hij overleed in 1625, nadat hij acht jaar pijpen had gemaakt.

De pijpenmakers bakten de keramieken pijpen niet zelf. Ze vormden ze alleen. Het bakken lieten ze over aan de talrijke pottenbakkers die de opdrachten – door de stagnatie van de verkoop van eigen hun waren – goed konden gebruiken om de kas te spekken. Alle pottenbakkers werkten aan het eind van de Gouden Eeuw in opdracht van de pijpenmakers, de meesten uitsluitend.

De eerste pijpenmakers importeerden de witbakkende klei uit Engeland, later gingen ze over op Keulse, Maastrichtse (uit de Ardennen) en Rozendaalse (uit Doornik) klei, die sterker was.

 

Jong geleerd

Kinderen werden al jong in de leer gedaan bij een Engelse meesterpijpenmaker om het vak onder de knie te krijgen. Er is een voorbeeld van een elfjarige knul die een werkovereenkomst kreeg voor vier jaar, waarbij hij om vijf uur ’s ochtens moest beginnen en tot ’s avonds laat werkte. Zondag was een vrije dag. ’s Winters mocht hij een uur later beginnen.

Rond 1641 waren er meer Goudse dan Engelse pijpenmakers, die hun vak nog steeds tijdens hun soldatendienstverband uitoefenden. Toen Goudse pijpenmakers die het kunstje hadden geleerd een gilde wilde maken die de Engelsen uitsloot, kregen ze van de vroedschap nul op rekest. Dit kwam door de protesten van de meewerkende echtgenotes van de Engelsen.

Een kleine twintig jaar later kwam toch dat pijpengilde, waar iemand alleen lid van kon worden na een proeve van bekwaamheid. Wie probeerde pijpen te maken als niet-lid van het gilde, werd gesommeerd de stad te verlaten. Het aantal gildeleden nam snel toe en telde 80 leden in 1665.

Na het Rampjaar 1672 dat het eind van de Gouden Eeuw betekende, kwam er de klad in. Ontslagen knechten begonnen noodgedwongen voor zichzelf, waardoor het aantal gildeleden verdubbelde in 1679 en groeide tot zelfs 230 leden zes jaar later. Een eigen Goudse pijpenmarkt kwam op de Nieuwmarkt, toen de Amsterdamse pijpenmarkt, waar de handel aan de man werd gebracht, zijn markttarieven verhoogde.

Lees meer »

Admiraal Jan den Haen was eigenaar steenplaats in Ouderkerk

In de Gouden Eeuw was de handelsvloot wereldwijd verantwoordelijk voor de rijkdom van de Lage Landen. Maar dat had zijn keerzijde, want er waren letterlijk altijd kapers op de kust. Alleen een sterke oorlogsvloot kon voorkomen dat vijanden er met de handel en de schepen vandoor gingen. Deze oorlogsschepen werden ook ingezet bij conflicten tussen de naties. We kennen allemaal de zeehelden Tromp en De Ruyter. De Goudse admiraal Jan den Haen kreeg niet zo’n heldenstatus en ging roemloos ten onder tijdens een ongelukkige zeeslag in Italië. Toch maakte Jan heel veel mee in de 27 jaren die hij bij de marine van de Republiek der Zeven Provinciën diende.  Jan en zijn gelijknamige zoon waren tegelijkertijd investeerders in de steenplaats de Doornboom in Ouderkerk aan de IJssel.

Jan den Haen werd in 1630 geboren als zoon van de Goudse messenmaker Jan Jansz den Haen en Aefken Crijnen Hola. Al jong had hij al een fascinatie voor schepen en deed hij klusjes voor schippers die in de haven lagen.

In 1650 greep hij zijn kans en vertrok uit Gouda om in dienst te kunnen treden bij zijn oom Cornelis (Kees) Hola, die kapitein was van de Admiraliteit van Amsterdam.

Wonen aan de Turfmarkt

Jan trouwde in 1652 met Magdalena Cools. In datzelfde jaar voer hij als secretaris van zijn oom Kees Hola mee op het schip De Gouda tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog. Toen zijn oom wegens lafheid in het jaar daarop in ongenade was geraakt, bleef Jan in dienst en stapte over op het schip de Bommel van kapitein Pieter van Brakel.

In 1654 kocht hij zijn eerste huis De Bonte Koe in Gouda aan de Turfmarkt 92/94. Zijn vrouw Magdalena had daar kort plezier van, want ze stierf een jaar na de dood van hun eerste zoontje Jan.

Den Haen maakte al snel promotie en werd in 1656 benoemd tot luitenant. Als luitenant-commandeur van het schip de Haarlem (40 kanonnen) vocht hij op 29 oktober 1658 bij de Slag in de Sont bij Denemarken. Dat was ook het jaar dat hij hertrouwde met Hillegonda Hendricksdr Kleymeel. Op 12 maart 1659 werd hij buitengewoon kapitein op de Haarlem.

Door een ziekte, die hij in Denemarken opliep, werd hij echter gedwongen naar Nederland terug te keren en moest hij zelfs aankloppen bij de armenzorg, want als buitengewoon officier werd zijn gage niet door de Admiraliteit doorbetaald.

Vanwege de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog werden opnieuw manschappen geronseld en kon Den Haen opnieuw aanmonsteren bij de marine. Hij kreeg in 1665 het bevel over de Stad en Lande om mee te doen aan de Slag bij Lowestoft in het Vijfde Eskader onder vice-admiraal Cornelis Tromp. Jan heroverde tijdens deze slag het schip de Great Charity op de Engelsen, dat eerder onder Nederlandse vlag voer. Ook al verliet hij daar met zijn oorlogsbuit het slagveld zonder order, als beloning kreeg hij een gouden ereketen en de theoretische tegenwaarde van het schip, 10.000 Engelse ponden.

Financieel stond hij er nu plots veel beter voor. Met dat geld loste hij zijn hypotheek op De Bonte Koe af en kocht hij een nieuw huis op de Turfmarkt, dat later bekend zou worden als Het Admiraalshuis. Ook kreeg hij van de Admiraliteit een vast dienstverband en het commando op de Calantsoog, een oorlogsbodem met 68 kanonnen.

In de Vierdaagse Zeeslag tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, die plaatsvond in juni 1666 tussen de Engelse en Vlaamse kust, raakte de Calantsoog zwaar beschadigd. Het jaar daarop voer hij met hetzelfde schip mee in de Tocht naar Chatham in het eskader van luitenant-admiraal Willem Joseph van Ghent. Dat leverde hem in 1670 een bevordering op tot schout-bij-nacht.

Schout-bij-nacht op de Gouda

Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, kwam Jan als kapitein terug op de Gouda, waar hij als jonge schrijver bij zijn oom Kees was begonnen. Als schout-bij-nacht was hij de plaatsvervangende vice-admiraal. Het schip van de schout-bij-nacht voer in de regel als hekkensluiter van een eskader. De Gouda speelde een rol in 1672 bij de Slag bij Solebay onder Michiel de Ruyter. Na afloop verving hij vice-admiraal Isaac Sweers.
Den Haen, die Orangist was, beschuldigde na dit treffen vijf officieren van lafheid. Volgens de krijgsraad was dat echter ten onrechte. Hij maakte door zijn opstelling geen vrienden onder de andere officieren van de Republiek.

In 1673 was hij zowel bij de Eerste als de Tweede slag bij Schooneveld van de partij, opnieuw als secondant van Cornelis Tromp. Jans optreden tijdens de Slag bij Kijkduin, waarbij de Engelsen werden verslagen en Den Haen van schip moest wisselen, werd op 6 oktober 1673 beloond met zijn benoeming tot vice-admiraal, als vervanger van de gesneuvelde Isaac Sweers.

Zijn privévermogen nam gestaag toe. In dat jaar kon hij in Gouda de voormalige Barbarakapel op de hoek van de Keizerstraat en de Kuiperstraat opkopen.

Gevechten bij Italië

Na de Franse invasie draaiden de rollen om en werd Spanje bondgenoot van Nederland. Admiraal Tromp werd in 1674 naar de Middellandse Zee gestuurd om de Spaanse vloot te ondersteunen bij de verovering van de Franse kust. Den Haen voer als hoofd van een smaldeel als zijn rechterhand.

In augustus 1675 kreeg vice-admiraal Den Haen opdracht van De Ruyter om met zijn eskader, waarin ook de Goudse kapitein Pieter van Middellandt voer met het schip de Steenbergen, richting Zuid-Italië te koersen om in Calabrië de bevolking van Messina te helpen die in opstand was gekomen tegen de Franse overheersers.

Er was geen klik tussen De Ruyter en Den Haen, de laatste voelde zich niet serieus genomen en wilde niet met de Spanjaarden samenwerken. Den Haen wachtte met zijn eskader niet op de hoofdvloot, maar voer naar Napels om te zien of daar met handel wat te verdienen viel. Na herhaalde orders van De Ruyter, keerde hij pas na zeven weken, op oudjaarsdag, met zijn oorlogsschepen bij de hoofdvloot terug. Die lag intussen in een haven bij de ingang van de door de Franse vloot gecontroleerde Straat van Messina tussen Sicilië en Calabrië.

Den Haen kreeg daar bonje met zijn stadsgenoot schout-bij-nacht Pieter van Middellandt van de Steenbergen, die niet met Jan was meegegaan, maar wel op De Ruyter had gewacht; een ruzie die door De Ruyter moest worden bijgelegd.

Bij de Slag bij Stromboli op 8 januari 1676 verloor de Nederlandse vloot van de Franse, ondanks de hulp van een Spaans schip. Napels bleef wel voor Spanje behouden.

In april troffen ze de sterke Franse vloot onder Duquesne opnieuw. Deze keer kort maar hevig in de Slag bij Agusta aan de oostkust van Sicilië. Er vielen bij dit treffen veel gewonden en doden, waaronder De Ruyter, maar er ging geen schip verloren.

Den Haen, die het derde eskader aanvoerde, kon niet op tijd bij de gevechten aan de frontlinie komen, omdat het tweede eskader, bestaande uit Spaanse schepen, hem ophield.

Admiraal door sneuvelen De Ruyter

De Krijgsraad benoemde Jan na het overlijden van De Ruyter tot bevelhebber over de vloot en daardoor wapperde de admiraalsvlag op de Gouda (76 kanonnen), toen ze met het ge­balsemde lichaam van De Ruyter via de zuidkant van Sicilië naar Palermo voeren voor reparaties.

Den Haen zond een brief naar prins Willem III van Oranje met het advies om Cornelis Tromp tot opvolger van De Ruyter te benoemen. Tegelijkertijd verzocht hij de Admiraliteit van Amsterdam of hij als opvolger van Tromp de nieuwe luitenant-admiraal kon worden.

Wat ook het antwoord zou zijn geweest, die post las hij nooit: zijn achterhoofd werd eraf geschoten tijdens de Slag bij Palermo op 2 juni 1676. Daar lag de Spaans-Nederlands vloot nog voor reparatie toen de Fransen er branders op af konden sturen.

Jan den Haen (46) stond voor de grote mast op het vinkennet, toen hij door de kogel werd getroffen. Zijn stadsgenoot en schout-bij-nacht Pieter van Middellandt was al een paar dagen ziek in zijn kajuit toen zijn schip de Eendracht in brand vloog. Om zijn leven te redden sprong die uit een raam en verdronk.

Het praalgraf van De Ruyter, gemaakt door beeldhouwer Rombout Verhulst, was het laatste dat voor zeehelden van de natie werd opgericht, want toen de Admiraliteit van Amsterdam ook een praalgraf voor Den Haen wilde laten oprichten – de opdracht was al gegeven aan Verhulst – werd dat door de Staten-Generaal verboden. Jan was immers niet door de overheid, maar door de krijgsraad tot vervangend vlootaanvoerder benoemd. Een eerbetoon was ook niet passend vanwege het grote verlies dat de vloot onder zijn leiding had geleden bij Palermo. Mogelijk speelde zijn eigengerijde gedrag een rol en de ‘moeilijke geaardheid’, waarvan Michiel de Ruyter hem had beticht.

Graf in Sint Janskerk

Den Haen werd op 26 april 1677, bijna een jaar na zijn dood, in de Goudse Sint Janskerk begraven aan de voet van glas 22. Een rouwbord met zijn naam, de overlijdensdatum en zijn degen werden in de kerk opgehangen. Ze zijn nu in Museum Gouda te zien.

Van Jan den Haen zijn geen portretten gemaakt, zoals van de andere zeehelden De Ruyter en Tromp. Daardoor weten we niet hoe hij eruit heeft gezien.

Eigenaar steenfabriek

Voordat hij koers zette naar Zuid-Italië investeerde Den Haen geld in 1675 in een Ouderkerkse steenplaats in de Hoge Nesse (IJssellaan), waarschijnlijk De Schans, die had  twee zellingen in het er tegenoverliggende Nieuwerkerk. De admiraal verstrekte kennelijk ook leningen, want Merritgen Gielen van steenplaats de Schans, de weduwe van Thonis Leendertse Steenbacker, die geholpen werd door Ariaan Janszoon Uytenbroek, loste in 1677 een schuld van 1200 gulden af die zij bij hem had.

Zoon Jan erfde de steenplaats toen zijn vader sneuvelde, maar verkocht hem op 3 mei 1683 aan Cornelis Aryen Weggeman.

Jan juniors carrière als zeeman duurde te kort om een rol van betekenis te spelen in de vaderlandse geschiedenis. in 1689 verdronk hij in Plymouth.

Lees meer »
Week 17 2022

1820-1893 Met Jan Smits verdween Ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerk aan den IJssel

Na een lange tijd eigendom van de stad Gouda te zijn geweest, kwam in 1848 de Ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerk aan den IJssel in handen van een particulier. Jan Anthonie Smits was de enige en laatste ambachtsheer die trots gebruik kon maken van de titel Heer van Nieuwerkerk. Eerder was de heerlijkheid altijd een combi Capelle en Nieuwerkerk geweest, waar in het begin ook Moordrecht onder viel. Met zijn overlijden verdween de ambachtsheerlijkheid, want Smits van Nieuwerkerk bepaalde testamentair dat de ambachtsheerlijkheidsrechten na zijn overlijden moesten worden vernietigd en zo geschiedde na zijn overlijden in 1893.

Wie was deze laatste Heer van Nieuwerkerk?

Lees meer »
Week 16 2022

IJsselsteen een Belgische kloostermop?

De steenfabrikanten langs de Hollandsche IJssel klaagden er regelmatig over bij de regering dat ze baksteen betrokken uit Vlaanderen. Daar werd goedkopere steen geproduceerd. De ijsselsteenbakkers vonden dat dit ten koste ging van de werkgelegenheid in eigen land en dat de kwaliteit van de Vlaamse baksteen beduidend minder was. Om de laatste reden kocht Antwerpen immers voor hun nieuwe kademuren ijsselsteen.

Er kwam in 1894 in België het eerste deel uit van de serie Vak-& Kunstwoorden met de passende titel 'Steenbakkerij', geschreven door Theofiel Coopman. Op zich een interessant initiatief, want allerhande terminologie wordt er duidelijk in uitgelegd.

Maar dan bladeren we door naar de 'H' om te zien wat Theofiel te melden heeft over onze geliefde Hollandse ijsselsteen en krijg je de indruk dat deze schriftgeleerde mogelijk alles wist van kinderkopjes en kasseien, maar nooit van 'ijselsteen' had gehoord.  Hij schrijft namelijk in duimen in plaats van centimeters. Aangezien de duim meer dan 2,5 centimeter lang is, wordt de 'Hollandsche IJselsteen' daardoor groter dan een kloostermop, namelijk tot 40 centimeter lang, 20 centimeter breed en 10 centimeter dik.

Voor wie wil weten hoe groot een kloostermop is: die staat er niet in. Hij wordt in het boek namelijk 'kloostermoef' of 'reuzen moef' genoemd en blijkt eveneens 2,5 keer groter dan in werkelijkheid.

Dat kan geen toeval zijn en het vraagt om nader onderzoek. Wat blijkt? De invoering van het metrieke stelsel in 1920, naar de IJkwet uit 1916, had nogal wat voeten in aarde. De centimeter was natuurlijk een Frans woord en daarom werd de ingeburgerde naam 'duim' gebruikt om de centimeter te duiden en de 'el' voor een meter. Veel materiaal kwam nog uit Engeland, waar ze inches bleven hanteren, die qua lengte vergelijkbaar was met de oude duim van 2,5 centimeter lang. De 'duimstok' van een meter kreeg daarom zowel streepje voor inches als centimeters. Er ontstond nu verwarring omdat praktijkmensen de oude duimmaat bleven gebruiken, afgemeten aan de inchschaal.

 

Lees meer »
Week 11 2022

De impact van de ijsselsteenindustrie op de regio

De baksteenindustrie aan de Hollandsche IJssel domineerde eeuwenlang in de Nederland. De fabrieken hadden een enorme ecologische en maatschappelijke impact op onze regio. Langs de ‘levende rivier’ waren maar liefst 40 steenplaatsen, zoals de plekken werden genoemd waar de bekende gele ijsselsteentjes werden gemaakt.

De buurtschappen langs de IJssel danken er hun bestaan aan. De miljarden ijsselsteentjes werden overal toegepast. Ze werden niet alleen gebruikt voor woningen, boerderijen, straten en pleinen in de Lage Landen, maar ook geëxporteerd en als ballast gebruikt door de handelsvloot. Na een half millennium raakten de ijsselsteentjes echter in ongebruik en verdwenen de fabrieken.

Rob  Stolk neemt u mee in dit ongelofelijke stukje geschiedenis, zo heel dichtbij! De lezing die in november vorig jaar zou plaatsvinden vindt nu plaats op

Vrijdagmiddag 25 maart aanvang 16.00 uur.

Entree € 10.-, Vrienden € 7.-, jongeren tot 25 jaar € 5.- incl. drankje en hapje (opties zijn te kiezen bij het bestellen van kaarten).

Het Van Cappellenhuis vindt u aan het eind van de Kerklaan in het oude Dorp van Capelle aan den IJssel. Het maakt gebruik van het coronatoegangsbewijs voor bezoekers van 12 jaar en ouder.

Aanmelden

Lees meer »
Week 06 2022

EXPO in de maak

Gouda bestaat 750 jaar. Daarom organiseert een team van vrijwilligers van GOUDasfalt de EXPO GOUDA MAAKT in de Zeepfabriek, Buurtje 5 - 9 bij Croda. Een tentoonstelling over de maakindustrie in Gouda vroeger, nu én later. Het team is al ruim een jaar bezig met de voorbereidingen.
Studio Makkink & Bey zal de expositie ontwerpen. Half januari startte ‘het Bouwteam’, ook bestaande uit vrijwilligers van GOUDasfalt, met de inrichting van de expositieruimte. EXPO GOUDA MAAKT is te zien van 6 april t/m 25 september 2022 en wordt mede mogelijk gemaakt door de bijdrages van fondsen, bedrijven, sponsors en MBO-scholen.

Als de EXPO opent in april 2022 gaat een groep vrijwilligers samen met studenten van verschillende MBO opleidingen aan de slag om ervoor te zorgen dat alles op rolletjes loopt. De organisatie is nog op zoek naar:

  1. Gastheren/gastvrouwen die bezoekers welkom heten bij de ingang. En verwijzen als dat nodig is.
  2. Rondleiders die in de tentoonstellingsruimte vragen beantwoorden. Fijn, maar niet essentieel, als u al wat meer weet van de geschiedenis van Gouda of van de onderwerpen die op de EXPO te zien zijn. Wij zorgen voor achtergrondinformatie op papier.
  3. Veermannen en maatjes voor het pontje GEIN. 

De EXPO is geopend van 6 april tot en met 25 september 2022, op woensdag tot en met zondag van 12.00 - 18.00 uur. Meer weten? Kijk dan op www.expogoudamaakt.nl
Kijk op www.expogoudamaakt.nl voor meer informatie.

Bestuur weer op sterkte

Na de periode van ziekte en uiteindelijk het tragische overlijden van voorzitter Herman Ruiter heeft het bestuur van GoudAsfalt enige tijd bestaan uit slechts twee personen: William Roosemalen en Werner Trooster. De vacatures in het bestuur zijn inmiddels opgevuld door Jurjen van den Broeck, Jan van der Linden en Erik Rietveld. Hiermee is er weer een compleet bestuur van de Stichting met veel kennis en ervaring om actief samen met de vrijwilligers, gebruikers, omgeving en andere betrokkenen verder te gaan om GOUDasfalt nog beter en mooier te maken. De voorzitter is geworden William Roosemalen (voorzitter en penningmeester), overige bestuursleden zijn Werner Trooster (secretaris), Jurjen van den Broeck, Jan van der Linden en Erik Rietveld. 

Lees meer »

Huis van de Kikker Zaag55 operationeel

Zaag55 gaat door met de transformatie van het gebied op eiland De Zaag waar ooit de beroemde scheepmotoren van Machinefabriek Bolnes werden gemaakt. De nazaten van oprichter Van Capellen hebben nu de ambitie om er een plek te maken waar mensen kunnen ontmoeten en werken in een inspiratievolle omgeving in het groen. Eiland De Zaag was een zeeg die in de Nieuwe Maas ontstond door stuwingen van sediment op de plek waar de Lek en de Noord elkaar ontmoetten. Het ligt tussen Nieuwe Maas en Bakkerskil. De laatste waterloop en de Sliksloot tussen Krimpen aan den IJssel en Sotrmpolder werd vroeger gebruikt door schippers die via de Merwede en Hollandsche IJssel voeren tussen het Bourgondische achterland en de Zuiderzee. Deze verplichtte vaarweg via Dordrecht en Gouda bracht welvaart aan de Hollandsche IJsselregio. Het natuureiland naast het vloedbos van Stormpolder is bereikbaar via een brug in Krimpen aan de Lek.

 

Huis van de Kikker in gebruik genomen

De voormalige directiewoning, die nu ligt aan het nieuw gecreëerde natuurgebied met 5 kilometer wandelpad door vloednatuurgebied, heeft een upgrade gekregen en is nu beschikbaar voor bijeenkomsten en overnachtingen. Het kreeg de naam Huis van de Kikker. Kikker was de bijnaam van de laatste Bolnes directeur en bewoner van het pand J.H. Van Cappellen, omdat hij door een handicap een vreemd loopje had. Dit pand heeft de oorspronkelijke uitstraling gekregen door een bijzondere ingreep. Het is nu aan de waterkant uitgebouwd en voorzien van een nieuw terras op dijkhoogte. De Josephinezaal zaal is beschikbaar voor vergaderingen en recepties. De vier slaapkamers zijn in Art Decostijl ingericht.

 

Restaurant De Proefstand opent najaar.

Het nieuwe restaurant aan de entreekant van de fabriek wordt in het laatste kwartaal van dit jaar geopend. De keuken komt op de plek waar vroeger scheepsmotoren werden getest. Het is de bedoeling dat groente en fruit wordt gekweekt in een nieuwe kas, die wordt gebouwd op de plek waar de privékas van de familie Van Capellen stond. Daarvoor zijn een aantal noodkantoren verwijderd. Chefkok wordt de Australiër Lucas Jeffries met internationale ervaring, die een experiment niet uit de weg gaat en vooral wil werken met lokale producten. Hij geeft een moderne draai aan klassieke gerechten.

 

Boeken kan via de website zaag55.nl

Lees meer »

NIEUWS

De regionale actualiteiten en activiteiten op gebied van cultuur, groen en andere recreatieve dingen vindt je bij onze Facebookgroep HIJM.info

“Hollandsche IJssel moet erfgoedlijn worden”

De Nieuwerkerkse vrijwilligers Gerard Hoogerwaard (adviseur erfgoed) en Rob Stolk (HIJM) werken aan een advies dat ertoe moet leiden dat de Hollandsche IJssel wordt opgenomen in een erflijn van de provincie, zoals de Erfgoedlijn Waterdriehoek, of een eigen Erfgoedlijn. Het draagvlak uit de erfgoedsector is er zeker, menen de twee. De getijrivier was immers van essentieel belang voor de ontwikkeling van Holland. Niet alleen vanwege de rol die de rivier als transportader vervulde, met Gouda als een van de belangrijkste steden, maar ook als zogenoemde werkrivier. Op de oevers werden bakstenen gebakken, schepen gebouwd, touw, netten, kabels en doeken gemaakt. Zonder deze activiteiten zou Holland, met in het bijzonder het Rotterdamse havengebied, zich niet hebben ontwikkeld tot wereldspelers.

Lees meer »

Presentaties in turfschuur steenovens druk bezocht

Rob Stolk hield afgelopen week twee presentaties in de Turfschuur van de steenovens op Klein Hitland in Nieuwerkerk. Op dinsdag voor vertegenwoordigers van historische verenigingen, de gemeente en andere stakeholders langs de rivier over de manier waarop de Hollandsche IJssel zich kan profileren en wellicht onderdeel kan worden van een van de erflijnen van de Provincie Zuid-Holland. Zaterdag volgde een uitgebreide publiekspresentatie over de historie van de Steenovens Klein Hitland in het kader van het Archeologie-project van de Stichting Steenovens Klein Hitland.

Lees meer »

1820-1893 Met Jan Smits verdween Ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerk aan den IJssel

Na een lange tijd eigendom van de stad Gouda te zijn geweest, kwam in 1848 de Ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerk aan den IJssel in handen van een particulier. Jan Anthonie Smits was de enige en laatste ambachtsheer die trots gebruik kon maken van de titel Heer van Nieuwerkerk. Eerder was de heerlijkheid altijd een combi Capelle en Nieuwerkerk geweest, waar in het begin ook Moordrecht onder viel. Met zijn overlijden verdween de ambachtsheerlijkheid, want Smits van Nieuwerkerk bepaalde testamentair dat de ambachtsheerlijkheidsrechten na zijn overlijden moesten worden vernietigd en zo geschiedde na zijn overlijden in 1893.

Lees meer »

IJsselsteen een Belgische kloostermop?

De steenfabrikanten langs de Hollandsche IJssel klaagden er regelmatig over bij de regering dat ze baksteen betrokken uit Vlaanderen. Daar werd goedkopere steen geproduceerd. De ijsselsteenbakkers vonden dat dit ten koste ging van de werkgelegenheid in eigen land en dat de kwaliteit van de Vlaamse baksteen beduidend minder was. Om de laatste reden kocht Antwerpen immers voor hun nieuwe kademuren ijsselsteen.

Lees meer »

De impact van de ijsselsteenindustrie op de regio

De baksteenindustrie aan de Hollandsche IJssel domineerde eeuwenlang in de Nederland. De fabrieken hadden een enorme ecologische en maatschappelijke impact op onze regio. Langs de ‘levende rivier’ waren maar liefst 40 steenplaatsen, zoals de plekken werden genoemd waar de bekende gele ijsselsteentjes werden gemaakt.

Lees meer »

EXPO in de maak

Gouda bestaat 750 jaar. Daarom organiseert een team van vrijwilligers van GOUDasfalt de EXPO GOUDA MAAKT in de Zeepfabriek, Buurtje 5 - 9 bij Croda. Een tentoonstelling over de maakindustrie in Gouda vroeger, nu én later. Het team is al ruim een jaar bezig met de voorbereidingen.Studio Makkink & Bey zal de expositie ontwerpen. Half januari startte ‘het Bouwteam’, ook bestaande uit vrijwilligers van GOUDasfalt, met de inrichting van de expositieruimte. EXPO GOUDA MAAKT is te zien van 6 april t/m 25 september 2022 en wordt mede mogelijk gemaakt door de bijdrages van fondsen, bedrijven, sponsors en MBO-scholen.

Lees meer »

Huis van de Kikker Zaag55 operationeel

Zaag55 gaat door met de transformatie van het gebied op eiland De Zaag waar ooit de beroemde scheepmotoren van Machinefabriek Bolnes werden gemaakt. De nazaten van oprichter Van Capellen hebben nu de ambitie om er een plek te maken waar mensen kunnen ontmoeten en werken in een inspiratievolle omgeving in het groen. Eiland De Zaag was een zeeg die in de Nieuwe Maas ontstond door stuwingen van sediment op de plek waar de Lek en de Noord elkaar ontmoetten. Het ligt tussen Nieuwe Maas en Bakkerskil. De laatste waterloop en de Sliksloot tussen Krimpen aan den IJssel en Sotrmpolder werd vroeger gebruikt door schippers die via de Merwede en Hollandsche IJssel voeren tussen het Bourgondische achterland en de Zuiderzee. Deze verplichtte vaarweg via Dordrecht en Gouda bracht welvaart aan de Hollandsche IJsselregio. Het natuureiland naast het vloedbos van Stormpolder is bereikbaar via een brug in Krimpen aan de Lek.

Lees meer »

Lezing steenindustrie uitgesteld

De lezing over de impact van de ijsselsteenindustrie die afgelopen vrijdagmiddag door Rob Stolk in het Van Cappellenhuis zou worden gehouden, is vanwege corona uitgesteld tot vrijdag 25 maart.

Lees meer »

Komt de vijfde steenoven in beeld?

Stichting Archeologie Krimpenerwaard is onderzoek aan het doen naar de archeologie van de steenplaats die op Klein Hitland in Nieuwerkerk aan den IJssel tussen 1627 en 1964 ijsselsteen bakte. Komende zaterdag om 10.00 en 13.30 uur geeft archeoloog Paul in het Veld daar een lezing over bij de vier steenovens aan de Groenendijk. Publiek kan aansluitend een rondleiding krijgen waarbij wordt gedemonstreerd hoe grondboringen worden verricht. Het wordt gevolgd door een presentatie van studenten aan de Saxion hogeschool, die onderzoek hebben gedaan naar de historie van de locatie en de exploitatiemogelijkheiden van het Rijksmonument hebben bestudeerd.

Lees meer »

Tentoonstelling over de IJssel in Montfoort

De IJssel als levenslijn. Eerst was er de rivier met regelmatig overstromende oeverbossen. Moerasgebied dat je kun vergelijken met de huidige Biesbosch. Doordat die oevers overstroomden, bestonden de oeverbanken uit de sedimenten zand en klei en waren ze begaanbaar en geschikt om op de boeren. Zowel de bisschop van Utrecht als de graaf van Holland wilden het moerassige deel, wat we nu het 'Groene Hart' noemen, daarom bij hun gebied betrekken. Beiden besloten in het begin van het tweede millennium tot drooglegging en ontginning.

Lees meer »